Info Nederlands Gedistilleerd
 
Jenever: Het woord jenever is afgeleid van het Oud Franse woord voor de jeneverbes: genievre.  Jenever omvat alle alcoholische dranken bereid uit moutwijn waaraan, bij de distillatie jeneverbessen zijn toegevoegd, die er het belangrijkste aroma aan verlenen.
 
Jonge jenever: Kenmerkend voor jonge jenever is de vrij neutrale smaak, want wettelijk mag er slechts 15 procent moutwijn voor worden gebruikt. De variatie in smaken van de diverse jonge jenevers kan men variëren door de mate van toevoeging van jeneverbessen en kruiden, zoals angelicawortel en sint-janskruid.
 
Moutwijn is door gisting uit mout verkregen en vervolgens gedistilleerde wijn, die ongeveer 50% alcohol bevat. De mout, afgeleid van de stam van het woord 'malen', is graan, met name gerst, dat eerst is geweekt vervolgens in een donkere ruimte wordt ontkiemt om er daarna gedroogd.
 
Graanjenever: Vaak wordt de term 'graanjenever' toegevoegd, wat garandeert dat uitsluitend alcohol uit granen gebruikt is. Wanneer 'graanjenever' op het etiket wordt vermeld kan men erop vertrouwen dat uitsluitend graanalcohol gebruikt is, en geen melasse-alcohol. Volgens een wettelijk voorschrift EU-verordening voor gedistilleerde dranken.
 
Oude jenever: De naam oude jenever ontstond  na de 2e wereldoorlog toen de jonge jenever op de markt kwam. Oude jenever heeft een traditioneel karakter dat sterk wordt bepaald door moutwijn (minimaal 15 procent) en door de caramel die het de licht zoete smaak geeft alsook de gelige kleur veroorzaakt. Ook de lagering op hout wordt toegepast om de gouden kleur te bereiken.
 
Korenwijn ontleent zijn karakter in de eerste plaats aan moutwijn. Daar moet minstens 51 procent van aanwezig zijn. Korenwijn omvat ook andere distillaten, zoals zuivere graanalcohol. Meestal is het alcoholpercentage van korenwijn 38 (het minimaal verplichte) maar soms zelfs enkele procenten hoger. De meeste korenwijnen ondergaan een kortere of lange rijping op eiken vaten. Je zou de korenwijnen daarom ook wel 'malts' kunnen noemen. In feite staat de korenwijn het dichtste bij de achttiende - en negentiende-eeuwse jenevers.
 
Houtgerijpte distillaten: Houten vaten zijn al eeuwenlang in gebruik voor transport en opslag van vloeistoffen. Drankenproducenten stelden vast dat hun wijnen en distillaten in vaten van smaak veranderden naarmate ze er langer in werden bewaard. Vooral eikenhout heeft een smaakverrijkende werking. Als het alleen om opslag of transport gaat, gebruiken de distillateurs tegenwoordig roestvrij staal, dat volledig smaakneutraal is. Producten met veel neutrale alcohol komen niet in aanmerking voor lagering op hout; de smaak van het eikenhout zou dan al snel gaan domineren. Maar voor drank met een uitgesproken eigen smaak is een verblijf in een eiken vat vaak weldadig. De scherpe kantjes gaan van het distillaat af en de verschillende smaakcomponenten worden aaneengesmeed door de wisselwerking met de lucht die door de poriën van het hout, door opname van smaakbestanddelen uit het hout, vooral looizuur (tannine). Ook de soort eikenhout speelt een rol. De grootte en looprichting van vezels en poriën beïnvloed het oxidatieproces. De rijping op eiken vaten heeft invloed op de prijs van het eindproduct. Niet alleen zijn die vaten duur, er verdampen jaarlijks ook nog eens enkele procenten van de drank, het zogenaamde 'deel van de engelen'
 
Likeuren:  Nederlanders zij dé vernieuwers op likeurgebied. Ooit creëerden de klassieke likeuren die uitgroeiden tot de internationale standaard. Triple sec en oranje curaçao zijn er de grote voorbeelden van, nagevolgd in wereldberoemde likeuren als cointreau en grand marnier. Hoewel de moderne consument zich dat niet rea;iseert heeft likeur een puur medicinale achtergrond. Italiaanse artsen trokken in de middeleeuwen op alcohol heilzame kruiden en maakten het drankje verteerbaar met suiker. De naam is afkomstig van het Italiaanse 'liquefacere', vloeibaar maken. De fabrikanten van de zogenaamde 'fijne wateren' ontwikkelden zich toen tot voorgangers van de moderne bartenders: hun likeuren waren in feite cocktails, die samengesteld werden uit diverse basislikeuren. Tot in de huidige tijd wordt in geen land ter wereld een zo enorme variatie aan likeuren gestookt als in Nederland. Er bestaat een aantal hoofdcategorieën van likeuren, samenhangend met de gebruikte ingrediënten: kruiden, zaden (denk aan kummel en anisette), schillen (curaçao) of vruchten. Voor samengestelde produkten wordt meestal de naam 'fantasielikeuren' gebruikt; daarin spelen soms meer dan dertig verschillende ingrediënten een rol. Het alcohol percentage van likeuren varieert van 15 tot 40. Alle likeuren moeten minimaal honderd gram suiker per liter bevatten.
 
Vieux: In naam en kleur van deze drank komt tot uiting dat hiermee een Fransgetint distillaat bedoeld wordt, vroeger werd het dan ook 'Hollandse' cognac genoemd. Een ander historische benaming is koetsiertje, blijkbaar hadden koetsiers het als hartversterking bij guur weer bij de hand. De smaak is gebaseerd op aroma's met een wijn-brandy-achtergrond. Voor sommige vieux wordt franse brandy gebruikt. De verwantschap met 'echte Franse brandewijn wordt soms ook benadrukt door het gebruik van een kleine hoeveelheid cognac. De naam vieux is in de vijftiger jaren gelanceerd door James Coebergh, Net als jenever heeft vieux een alcoholpercentage van minimaal 35.
 
Bitters: Tot in het recente verleden waren Nederlandse distillateurs wereldwijd bekend om hun geconcentreerde bitters en elixers. In uithoeken van de wereld kom je nog steeds oorspronkelijke Nederlandse produkten tegen als bonenkamp en catz elixer, groene en rode pomerans; de laatste naam is afgeleid van de belangrijkste smaakmaker, 'pomme d'orange', oftewel sinaasappel. De zeer geprononceerde dranken werden vaak gebruikt voor het op (persoonlijke) smaak brengen van jenever of gin. Tegenwoordig zijn de bitters weer meer gangbaar in cocktails en longdrinks. Vrijwel alle bitters en elixers hebben dankzij percolatie (zoals koffiezetten) of maceratie (zoals  theezetten) de kleur van de ingrediënten.
 
Beerenburg(er): Of de spelling nu berenburg, beerenburg of beerenburger is, de naam van dit produkt is afkomstig van de Amsterdamse kruidenhandelaar Hendrik Beerenburg. Oorspronkelijk werden de gebruikte kruiden, voor een deel afkomstig uit de Alpen, geacht een medicinale werking te hebben. Beerenburg valt weliswaar onder de categorie bitters, maar heeft dankzij zijn aparte samenstelling toch een duidelijke onderscheiden karakter. Beerenburg wordt op verschillende manieren bereid; de samenstelling van het kruidenmengsel verschilt per producent en de kruiden kunnen korter of langer trekken op alcohol in lageringtanks, in grote Keulse potten of op eiken vaatjes. Het scala loopt van zeer bittere tot wat zachtere gezoete beerenburg.
 
Brandewijn: Deze oude Nederlandse drank wordt niet meer gedistilleerd uit wijn. Dit in tegenstelling tot brandy, de vereenvoudigde internationale uitspraak van brandewijn. (Net zoals gin een verengelsing van jenever is.) De basis van de moderne Nederlandse brandewijn is neutrale alcohol, waaraan naar eigen inzicht van de producent suiker en kruidenextracten toegevoegd worden. Het percentage alcohol is tenminste 35. Het smaakkarakter wordt mede bepaald door een vleugje azijnzuur.